Grappig, deze krantenkop: “God verandert mee met de maatschappij.” Ik weet niet of het ook echt de conclusie is van het onderzoek van de Nijmeegse promovenda Nienke Moor is, of dat het slechts de creatieve samenvatting is van de dienstdoende kopjesbakker van Trouw. Persoonlijk lijkt het me een lastig te bewijzen stelling. Maar misschien dat Pim van Lommel in de loop der jaren zijn patiënten wel de opdracht heeft meegegeven om in hun tripjes naar het hiernamaals goed op te letten hoe God eruit zag, en heeft hij Moor exclusieve inzage gegeven in zijn bevindingen. “God zag er vandaag volgens die intellectueel een stuk abstracter uit dan vorige week toen die biggenboer uit Boekel een hardstilstand kreeg.” Maar even serieus: waarom is dit onderzoek nu precies nieuws?
Een postmoderne God?
Het zijn de ogen
Volkskrant-recencent Kevin Toma deed in zijn zeer lezenswaardige bespreking van de animatiefilm A Christmas Carol van Robert Zemeckis een interessante constatering, die hij jammer genoeg ook gelijk weer wegwuifde:
Zemeckis zegt met de performance capture-techniek te streven naar de perfecte harmonie tussen ‘menselijke warmte’ en technisch vernuft. Dat lukt hem bij A Christmas Carol al een stuk beter dan bij The Polar Express en Beowulf, maar nog steeds zien de acteurs er te gladjes uit, zijn hun bewegingen te vloeiend en krijgt met name hun oogopslag iets levenloos. Het zal echter niet lang duren voordat de techniek zo geperfectioneerd is dat het verschil tussen levende en virtuele acteurs zich nauwelijks nog laat benoemen.
Dat laatste geloof ik dus niet. Animatie — in het woord schuilt het Latijnse animus; geest of ziel… Maar de ironie is dat dat nu precies hetgeen is dat alle computeranimaties missen. Het zijn de ogen, hè?
Debat in New York, 1931
Geen idee of dit een ‘canonieke’ Chesterton-quote is, maar ik vond ‘em wel grappig:
‘Agnostic’ is the Greek word for the Latin word for ‘ignorant’.
Hoe dan ook, een interessante (gedramatiseerde) discussie, ook in het licht van mijn vertaling op dit blog van De eeuwige mens. Overigens, het stukje dat over evolutie versus schepping gaat vind ik niet erg sterk; het eenzijdige ‘design’-argument doet niet echt recht aan de veel fijnzinnigere opvattingen van Chesterton op dat vlak. Maar goed.
Wie fijnzinnigheid in precies die discussie zoekt, kan ik nog wel een ander debat aanraden — niet in New York anno 1931, maar in Nijmegen anno 2009: op 16 december vindt daar het symposium God en Darwin plaats, met onder meer Palmyre Oomen en Taede Smedes. Op het weblog van die laatste vind je alle info.
Beschavingsmoord per bluetooth
Een zekere meneer Khan van de Technische Universiteit Eindhoven heeft iets bedacht: een systeem waarmee ouders hun kinderen makkelijk kunnen volgen, en echtelieden elkaar. Het mechanisme klinkt weinig revolutionair — gewoon een computer met bluetooth en een zendertje — maar blijkbaar is het toch vernieuwend genoeg om op te promoveren. Wat mij betreft verdient deze meneer Khan een eredoctoraat in de idioterie. Zijn volgsysteem is, om met chaosprofeet Ian Malcolm te spreken, “the worst idea in a long, sad history of bad ideas”.
Moderne rituelen
Wie de moderne wereld echt grondig wil begrijpen, hoeft volgens mij geen dikke traktaten van pompeuze filosofen te lezen — een stripalbum van Calvin and Hobbes is veel efficiënter én diepzinniger. Wat wil je, met hoofdpersonen die vernoemd zijn naar twee grote architecten van de moderniteit, iconen van respectievelijk een streng geestelijk determinisme en een streng materieel determinisme. Nou ja, ik zou eindeloos door kunnen zwammen over deze briljante strip van Bill Watterson, maar dan zit je alsnog een dik traktaat van een pompeuze filosoof te lezen. Laat ik me dus even beperken tot het stripje hierboven… (En vergeef mij de pompeuze woorden.)
Nieuws! Tweede zin van Genesis klopt ook al niet!
Na jaren van intensieve studie van paleo-Hebreeuwse bronteksten van het Oude Testament, ben ik tot een schokkende conclusie gekomen: de tweede zin van het Bijbelboek Genesis wordt steevast verkeerd vertaald!
Caritas in veritate (3): De lezingen
Inmiddels is Caritas in veritate ook in het Nederlands verschenen, dus nu is er echt geen reden meer om deze encycliek niet te lezen… Het is stevige, maar fascinerende kost, kan ik je verzekeren. Stevig, omdat het taalgebruik tamelijk academisch is, en enige bekendheid met de theologie van de huidige paus wel handig is. Fascinerend, omdat het een gezaghebbend en kritisch — ik durf wel te stellen: profetisch — geluid is in een heleboel actuele debatten: over de economie natuurlijk, over het milieu, over allerlei ethische kwesties, over rechtvaardigheid, mondialisering, armoede, religieus geweld, wetenschap, atheïsme…
Snipper #16: De kracht der verbeelding
Na het opwarmertje van gisteren kreeg ik de smaak te pakken voor het vertalen van het vijfde hoofdstuk van De eeuwige mens. Het hiernavolgende, wat langere fragment kun je goed als het hart van dit deel, zo niet van het hele boek zien. Chesterton bekritiseert hier de objectieve, wetenschappelijke manier van spreken over religie, kunst en mythologie, die in zijn tijd sterk opkwam en ook in onze tijd nog gemeengoed is. Alle psychologische, antropologische en historische categorieën doen de fantasierijke werkelijkheid geweld aan. De mythen van de mens laten zich slechts van binnenuit en met kinderlijke verbeelding begrijpen…
Snipper #15: De kikker die de zee opslokte
Oude mythen zijn vaak vreemd, ongepolijst en onbeholpen. Je moet je moderne esthetische en wetenschappelijke bril afzetten om ze op waarde te schatten, zo betoogt G.K. Chesterton in het onderstaande fragment uit De eeuwige mens (direct aansluitend op dit fragment).
(Meer…)
De revolte der sleepdragers
De Filosofie Scheurkalender vertelt vandaag een anekdote over de aloude spanning tussen filosofie en theologie:
Toen men Immanuel Kant eens vroeg of hij nog geloofde dat de filosofie de dienstmaagd van de theologie was, antwoordde hij: ‘Het hangt ervan af of ze met de fakkel voorop loopt, of mevrouws sleep draagt.’
Je kunt hierin lezen dat de filosofie sinds de Verlichting de leidende rol van de theologie heeft overgenomen, maar feitelijk is dat niet wat Kant hier zegt. De filosofie loopt weliswaar met de fakkel voorop, maar is daarmee nog steeds dienstbaar aan de theologie. Overigens was die zienswijze van Kant allerminst revolutionair, want de filosofie is, zeker sinds de scholastiek, altijd de fakkeldraagster van de theologie geweest. Sleepdraagsters had de theologie al genoeg — dat waren de theologen. Waren, want onder het bedienend personeel van de theologie ontstond inderdaad een revolte, een regelrechte staking: niet de fakkeldraagsters gooiden echter het bijltje erbij neer, zoals het citaat van Kant doet vermoeden, maar de sleepdraagsters. Hun starre werkweigering heeft de laatste decennia groteske vormen aangenomen. Er is zelfs een naam bedacht voor deze grote theologenstaking: religiewetenschap.
