Laura draagt een ‘Anne-ketting’. Een klein hangertje met as van haar overleden vriendin. Ze vraagt zich hardop af welk deel van het lichaam van Anne haar ketting bevat. De interviewer vraagt wat zij hoopt. De ogen van Laura fonkelen, ze weet het niet. Hoe beheerst ze de hele tijd ook geweest is, ze lijkt van slag door deze vraag. Ze aarzelt. Haar gezicht, antwoordt ze uiteindelijk.
Zelfs de doden moeten tastbaar blijven — ons stoffelijk nabij; in een ketting; een gezicht dat we moeten blijven zien; de geur van kleren die we moeten blijven ruiken.
Wat een aangrijpende documentaire, zo liefdevol, warm, en nergens onnodig sentimenteel; iets wat een hele kunst is wanneer het over het overlijden van een kind gaat.

Anne en Laura (Foto: RKK)


Ergens in de tweede helft van de vorige eeuw werd onze Nederlandse taal verrijkt met een nieuw werkwoord: ‘vertrossen’. Hoewel geen kip het meer gebruikt tegenwoordig, meldt de laatste editie van de Van Dale nog altijd keurig de definitie:
Wat een mooi
Een toeval zo mooi, dat je er een goddelijk plan in zou vermoeden: links van mij (rechts in beeld dus) zat een voornaamgenoot en rechts van mij (links in beeld) een achternaamgenoot. “These, antithese, synthese”, concludeerde mijn voornaamgenoot te linker zijde. “Dáár geloof ik in. Dus jij bent de synthese?” “We zullen het zien”, mompelde ik nog, en 
