Wetenschappers, je blijft ermee lachen. Een gemiddelde wetenschapspagina in een krant is doorgaans stukken grappiger dan de pagina met strips. Neem nou deze: vaker vrijen leidt tot een beter seksleven, ontdekte een Australische onderzoekster onlangs in alle ernst. Of, ook een goeie bak: een Noorse professor concludeerde dat Zweden dom zijn omdat zij geen Noors begrijpen. Het zijn van die heerlijke tautologische redenaties die je kramp in je middenrif bezorgen.
En de beste mop van allemaal, en nog wat dichter bij huis ook: protestanten zijn modelburgers, zo becijferde het CBS onlangs. Hilarisch! Niets ten nadele van de protestantse broeders en zusters, hoor — ik erken graag dat zij voorbeeldiger burgers zijn dan wij zuipschuiten van katholieken en die vreetzakken van moslims (ik chargeer een beetje, maar dat is ongeveer de strekking van het onderzoek). Maar ons hele moderne idee van burgerschap is een door en door protestantse notie, de geschiedenis van de seculiere burgerij loopt keurig parallel aan de geschiedenis van het protestantisme. Dus protestanten modelburgers noemen, dat is ongeveer zoiets als Pipo een modelclown noemen, of David een modelkabouter. Maar goed, dat onze nationale statistiekenboer zijn grote religie-onderzoek onder de noemer ‘Vrije tijd en cultuur’ plaatste, deed al wel vermoeden dat er flink wat te lachen viel in dit rapport.
Enigszins verbaasd over de ophef ben ik wel. Of nee, eigenlijk toch ook weer niet. Het viel te verwachten dat de ‘
Steeds weer dat zelfde afgezaagde liedje: Jezus van Nazareth was ‘maar’ een inspirerend figuur, maar we mogen hem niet als enige weg naar de waarheid beschouwen, want dat is christenfundamentalistische arrogantie. Vorige maand 
Midden in de nacht klonk er ineens lawaai in het Weense huis waar Petrus Canisius verbleef. Een huisgenoot werd wakker en haastte zich naar de kamer van Canisius. Hij tuurde door het sleutelgat, en zag dat de Nijmeegse jezuïet in gebed verzonken was. Later verklaarde deze huisgenoot het volgende: 