Het zijn de ogen

Volkskrant-recencent Kevin Toma deed in zijn zeer lezenswaardige bespreking van de animatiefilm A Christmas Carol van Robert Zemeckis een interessante constatering, die hij jammer genoeg ook gelijk weer wegwuifde:

Zemeckis zegt met de performance capture-techniek te streven naar de perfecte harmonie tussen ‘menselijke warmte’ en technisch vernuft. Dat lukt hem bij A Christmas Carol al een stuk beter dan bij The Polar Express en Beowulf, maar nog steeds zien de acteurs er te gladjes uit, zijn hun bewegingen te vloeiend en krijgt met name hun oogopslag iets levenloos. Het zal echter niet lang duren voordat de techniek zo geperfectioneerd is dat het verschil tussen levende en virtuele acteurs zich nauwelijks nog laat benoemen.

Dat laatste geloof ik dus niet. Animatie — in het woord schuilt het Latijnse animus; geest of ziel… Maar de ironie is dat dat nu precies hetgeen is dat alle computeranimaties missen. Het zijn de ogen, hè?

(Meer…)

Smedes versus Smedes

Taede Smedes, God en Darwin“Wow, jij windt er geen doekjes om!”, verzucht Taede Smedes tegen zijn interviewer, zijnde: zichzelf. Smedes stelt zichzelf inderdaad nogal kritische vragen in zijn boek God én Darwin. Geloof kan niet om evolutie heen. Bij dit vermakelijke interview met zichzelf, tegen het einde van het ook voor de rest zeer lezenswaardige boek, kreeg Smedes mij voor het eerst echt op het puntje van m’n stoel.

(Meer…)

Redelijke God of goddelijke rede?

anselmGod is het volmaaktst denkbare, iets dat niet bestaat kan niet volmaakt zijn, ergo: God bestaat. In a nutshell is dat het ‘ontologische Godsbewijs’. Al vlak nadat het bedacht werd, werd het fel bekritiseerd — onder meer door de benedictijner monnik Gaunilo van Marmoutier, die het een ongeoorloofde sprong van het logische naar het ontologische vond. Maar bijna een millennium later wordt er opmerkelijk genoeg nog steeds druk over dit godsbewijs gediscussieerd, nu voornamelijk door atheïsten, in vele verhitte video responses op YouTube. Vandaag is het precies 900 jaar geleden dat de bedenker van dit argument, Anselmus van Canterbury, stierf.

Ik heb niets formeel-logisch aan de discussie toe te voegen. Wel een gedachte… ik heb de indruk dat wij een belangrijk punt missen wanneer wij het tegenwoordig hebben over de Godsbewijzen van de middeleeuwse scholastici als Anselmus en ook bijvoorbeeld Thomas van Aquino. Tegen wie moesten deze denkers het godsidee verdedigen? Er waren toen immers nog geen atheïstische billboards langs de kant van de bospaden of slogans op de zijkant van paardenkoetsen. Praktisch iedereen geloofde in die tijd in God. Lang niet iedereen geloofde echter in de rede. Is het dus niet veeleer zo, dat Anselmus niet zozeer via de rede God wilde verdedigen, maar juist via God de rede wilde verdedigen? Een rede waarmee je het destijds door niemand betwiste bestaan van God kunt aantonen, móet immers wel een goddelijke gave zijn…

Snipper #12: De jaloerse God

Je hoort het critici nog steeds vaak sneren: de God van het Oude Testament is een inhalige en oorlogszuchtige stamgod. Dat is inderdaad zo, zegt G.K. Chesterton in de onderstaande passage (het vervolg van dit fragment). Maar we moeten het joodse volk juist op onze blote knietjes bedanken voor die jaloerse God…

(Meer…)

Snipper #11: De monotheïstische monosyllabe

Ergens aan de horizon van het polytheïsme, zo beweert G.K. Chesterton, schuilt steeds een onuitgesproken monotheïstische grond. In dit fragment, direct volgend op deze snipper, ontwaart hij het onuitgesproken vermoeden van één God zelfs bij voorchristelijke denkers als Socrates en Vergilius.

(Meer…)

Snipper #10: Een vreemd stilzwijgen

We lazen het in de vorige snipper al: het geloof in meerdere goden ging niet vooraf aan het geloof in één God, zoals de gangbare lezing van de geschiedenis van godsdiensten luidt. Volgens Chesterton is het precies andersom: eerst was er monotheïsme, toen polytheïsme. In deze passage werkt hij die stelling verder uit.

(Meer…)

Snipper #9: Het geheim van de Ene God

Volgens de gangbare opvatting over het ontstaan van religies vloeit het monotheïsme voort uit het polytheïsme. Eerst kende de mens meer goden, die we op een gegeven moment als één God zijn gaan zien. Onzin, zegt G.K. Chesterton: aan het meergodendom gaat een besef vooraf van één God. De heidenen hadden Hem verborgen en bijna vergeten. Bijna…

(Meer…)

Een kleine theologie van de spatie

Het Jeugdjournaal – toch één van de meer gedegen journalistieke media die ons land rijk is – heeft de prijs voor ‘de onjuiste spatie 2008‘ gewonnen. Een twijfelachtige eer natuurlijk, waar de redactie dan ook het schaamrood van op de kaken krijgt. ‘Scheidsrechters te kort’, had de website van het Jeugdjournaal gekopt boven een artikel over het scheidsrechtertekort. Een hilarische vergissing natuurlijk. Een verdiende eerste plaats dus – al waren de andere nominaties ook dolkomisch (‘gemalen gids’, ‘gestolen bromfietsregister’).

(Meer…)

Chauffeur

Gepubliceerd in:  on 20 januari, 2009 at 6:37 pm Reactie (1)
Tags: , , , , ,

Snipper #5: God in de grot

 

Ik maak even een sprongetje in mijn vertaling van Chestertons Eeuwige mens. Hiervoor heb ik in vier snippers (#1, #2#3 en #4) het eerste hoofdstuk van het eerste deel vertaald. In dit hoofdstuk (en in de rest van het eerste deel) valt hij de toen al populaire stelling aan dat de mens ‘maar’ een diersoort als alle andere is. Het tweede deel maakt een nieuwe stap: Chesterton keert zich hier tegen de toen ook al populaire opvatting dat Jezus ‘maar’ een mens als alle andere mensen was. Wederom begint hij, in dit eerste hoofdstuk van deel 2, in een grot – nu niet in de grot van de holenmens, maar in de stal van Bethlehem, die ook een grot geweest moet zijn…

(Meer…)