Christendom en heidendom — wat ze gemeen hebben, is volgens G.K. Chesterton een diep-menselijk instinct voor verbeelding. Maar al in het vorige fragment begonnen zich de contouren van een verschil af te tekenen, dat hij hier verder expliciteert. Ik vind dit persoonlijk een van de mooiste fragmenten uit het vijfde hoofdstuk van De eeuwige mens, door de fraaie frasen en ronkende stellingen die ook in het huidige debat over de redelijkheid van religie gehoord mogen worden.
Snipper #19: Rede en verbeelding
Moderne rituelen
Wie de moderne wereld echt grondig wil begrijpen, hoeft volgens mij geen dikke traktaten van pompeuze filosofen te lezen — een stripalbum van Calvin and Hobbes is veel efficiënter én diepzinniger. Wat wil je, met hoofdpersonen die vernoemd zijn naar twee grote architecten van de moderniteit, iconen van respectievelijk een streng geestelijk determinisme en een streng materieel determinisme. Nou ja, ik zou eindeloos door kunnen zwammen over deze briljante strip van Bill Watterson, maar dan zit je alsnog een dik traktaat van een pompeuze filosoof te lezen. Laat ik me dus even beperken tot het stripje hierboven… (En vergeef mij de pompeuze woorden.)
Caritas in veritate (3): De lezingen
Inmiddels is Caritas in veritate ook in het Nederlands verschenen, dus nu is er echt geen reden meer om deze encycliek niet te lezen… Het is stevige, maar fascinerende kost, kan ik je verzekeren. Stevig, omdat het taalgebruik tamelijk academisch is, en enige bekendheid met de theologie van de huidige paus wel handig is. Fascinerend, omdat het een gezaghebbend en kritisch — ik durf wel te stellen: profetisch — geluid is in een heleboel actuele debatten: over de economie natuurlijk, over het milieu, over allerlei ethische kwesties, over rechtvaardigheid, mondialisering, armoede, religieus geweld, wetenschap, atheïsme…
De revolte der sleepdragers
De Filosofie Scheurkalender vertelt vandaag een anekdote over de aloude spanning tussen filosofie en theologie:
Toen men Immanuel Kant eens vroeg of hij nog geloofde dat de filosofie de dienstmaagd van de theologie was, antwoordde hij: ‘Het hangt ervan af of ze met de fakkel voorop loopt, of mevrouws sleep draagt.’
Je kunt hierin lezen dat de filosofie sinds de Verlichting de leidende rol van de theologie heeft overgenomen, maar feitelijk is dat niet wat Kant hier zegt. De filosofie loopt weliswaar met de fakkel voorop, maar is daarmee nog steeds dienstbaar aan de theologie. Overigens was die zienswijze van Kant allerminst revolutionair, want de filosofie is, zeker sinds de scholastiek, altijd de fakkeldraagster van de theologie geweest. Sleepdraagsters had de theologie al genoeg — dat waren de theologen. Waren, want onder het bedienend personeel van de theologie ontstond inderdaad een revolte, een regelrechte staking: niet de fakkeldraagsters gooiden echter het bijltje erbij neer, zoals het citaat van Kant doet vermoeden, maar de sleepdraagsters. Hun starre werkweigering heeft de laatste decennia groteske vormen aangenomen. Er is zelfs een naam bedacht voor deze grote theologenstaking: religiewetenschap.
Herinneringen aan de zon
Toen onze oudste geboren werd, inmiddels al weer ruim drieënhalf jaar geleden, begonnen wij meteen met hem voorlezen. Letterlijk op dag één begonnen wij in de Kronieken van Narnia van C.S. Lewis, in deel één, Het neefje van de tovenaar. Mijn zoon begreep er destijds nog wel niets van, maar dat maakte niets uit. Het was zo’n fijn avondritueel, en hij genoot er zichtbaar van. Liggend in mijn armen luisterde hij gebiologeerd naar mijn stem, keek naar mijn lippen. En wij, zijn ouders, genoten van het mooie rustige moment met z’n drieën en natuurlijk van die prachtige Narnia-boeken.
Een kleine theologie van het wandelen
Normaal gesproken is de binnenstad van Nijmegen op de vroege zondagochtend vrijwel uitgestorven. Vanochtend was er volop bedrijvigheid toen ik naar de vroege Mis ging. Podia werden opgebouwd, bierfusten aangesloten. Groepjes buitenlanders met zware rugtassen en stevige wandelschoenen stroomden uit de bussen, op zoek naar hun hotel. Nooit is deze stad zo rusteloos als op de vooravond van de Vierdaagse.
Caritas in veritate (2): open uitnodiging
Ik had beloofd wat uitgebreider op de nieuwe encycliek Caritas in veritate in te gaan zodra ik die gelezen had. Welnu, ik heb de encycliek inmiddels gelezen, en ik zal mijn belofte nakomen, maar niet meteen. Waarom niet? Nou, omdat het een zware pil is. Indrukwekkend, inspirerend, maar ook moeilijk. Het vergt denk ik wel meer dan één lezing om er iets zinnigs over te kunnen zeggen.
Dus samen met enkele geestverwanten kreeg ik een beter idee: laten we een bijeenkomst organiseren rond deze encycliek. Zo gezegd zo gedaan. Een colloquium doctum noemen we het, een ‘geleerd gesprek’ — maar eigenlijk willen we gewoon samenkomen om in informele sfeer wat dieper in te gaan op de encycliek. Open, eerlijk, kritisch, constructief. En we nodigen jou, waarde lezer van dit weblog, van harte uit om ook te komen. De details:
Het complot tegen complotten
Tijdens een zonnige en eentonige treinreis — een dankbare kweekvijver voor dat soort dingen — schoot mij gisteren een idee voor een chestertoniaanse roman te binnen. Dat gebeurt me wel vaker, en meestal ontbreekt het me aan zin en tijd om het idee uit te werken. Bovendien: deze chestertoniaanse roman die ik voor mij zag bevatte geen nihilistisch, plotloos geneuzel en gezanik, dus enige kans op een lezerspubliek in het Nederlandse taalgebied lijkt me bij voorbaat uitgesloten. Dus ik kan mijn idee best verklappen. Ook heel chestertoniaans, trouwens: Orthodoxy van G.K. Chesterton begon immers ook met het verklappen van een onvolgroeid romanidee.
Redelijke God of goddelijke rede?
God is het volmaaktst denkbare, iets dat niet bestaat kan niet volmaakt zijn, ergo: God bestaat. In a nutshell is dat het ‘ontologische Godsbewijs’. Al vlak nadat het bedacht werd, werd het fel bekritiseerd — onder meer door de benedictijner monnik Gaunilo van Marmoutier, die het een ongeoorloofde sprong van het logische naar het ontologische vond. Maar bijna een millennium later wordt er opmerkelijk genoeg nog steeds druk over dit godsbewijs gediscussieerd, nu voornamelijk door atheïsten, in vele verhitte video responses op YouTube. Vandaag is het precies 900 jaar geleden dat de bedenker van dit argument, Anselmus van Canterbury, stierf.
Ik heb niets formeel-logisch aan de discussie toe te voegen. Wel een gedachte… ik heb de indruk dat wij een belangrijk punt missen wanneer wij het tegenwoordig hebben over de Godsbewijzen van de middeleeuwse scholastici als Anselmus en ook bijvoorbeeld Thomas van Aquino. Tegen wie moesten deze denkers het godsidee verdedigen? Er waren toen immers nog geen atheïstische billboards langs de kant van de bospaden of slogans op de zijkant van paardenkoetsen. Praktisch iedereen geloofde in die tijd in God. Lang niet iedereen geloofde echter in de rede. Is het dus niet veeleer zo, dat Anselmus niet zozeer via de rede God wilde verdedigen, maar juist via God de rede wilde verdedigen? Een rede waarmee je het destijds door niemand betwiste bestaan van God kunt aantonen, móet immers wel een goddelijke gave zijn…
Verzoening en vergeving
Onlangs interviewde ik ethicus Paul van Tongeren over het thema van de vandaag begonnen Maand van de Filosofie: verzoening. Het interview is inmiddels verschenen, in nummer 3 van Filosofie Magazine dat nu in de winkels ligt. En wie zin en tijd heeft, moet dinsdagavond 7 april a.s. maar naar café Trianon in Nijmegen komen, want dan interview ik Van Tongeren nogmaals over dit onderwerp, live ditmaal, in het kader van het maandelijkse Filosofisch Café.
