Snipper #20: Een heidense Christus?

MithrasNog altijd zijn er opgewonden atheïsten en neo-paganen die hele internetpagina’s vullen met uitgebreide beschouwingen over de ‘heidense wortels’ van het christendom. Een wirwar van plaatjes en feitjes moet dan aantonen dat het christelijke verhaal niet origineel is, dat er tal van heidense goden bestonden, die ook uit een maagd geboren waren, zieken genazen, uit de dood waren opgestaan, enzovoort. Mithras, Dionysus, Adonis, Osiris — allemaal proto-Jezussen, dus het christendom brengt eigenlijk niets nieuws, zo is de triomfantelijke suggestie. Maar wat zegt het nou werkelijk? Is een regenboog minder bijzonder en betoverend, omdat de afzonderlijke kleuren ervan elders in de natuur ook te vinden zijn? Kun je het genie van Rembrandt ontkennen door erop te wijzen dat schilders voor hem ook verf gebruikten? Natuurlijk niet. Ook in de tijd van G.K. Chesterton klonk dit onnozele riedeltje over de ‘heidense Christussen’ al volop, en in dit prachtige slot van het vijfde hoofdstuk van De eeuwige mens (volgend op dit fragment) veegt hij er de vloer mee aan. De mensen die spreken over een heidense Christus, aldus Chesterton, hebben niet alleen het christendom verkeerd begrepen, maar vooral ook het heidendom.

Demeter

De hereniging van Demeter en Persephone

Op dit punt verschillen alle mythologieën van religie of de realiteit waarin deze verschillende dimensies samenkwamen in iets concreets. Zij verschillen van de werkelijkheid, niet in waar zij op lijken, maar in wat zij zijn. Een foto kan op een landschap lijken tot in het kleinste detail – het enige detail waarin de foto verschilt van een landschap, is dat zij geen landschap is. Het verschil is precies datgene wat een portret van koningin Elizabeth onderscheidt van koningin Elizabeth. Enkel in deze mythische en mystieke wereld kon het portret bestaan voordat de persoon bestond, en het portret was daarom vager en twijfelachtiger. Maar iedereen die van de atmosfeer van deze mythen heeft geproefd en zich eraan heeft gevoed, zal begrijpen wat ik bedoel als ik zeg dat ze in zekere zin niet eens doen alsof ze werkelijkheden zijn. De heidenen hadden dromen over werkelijkheden; en zij zouden de eersten zijn om, in hun eigen woorden, toe te geven dat sommige door de poort van ivoor en andere door de poort van hoorn kwamen[1]. Dromen zijn inderdaad vaak erg levendig wanneer ze raken aan die tedere of tragische dingen, die je bij het ontwaken werkelijk het gevoel geven dat in je slaap je hart gebroken is. Ze raken steeds aan bepaalde gepassioneerde gevoelens van ontmoeting en afscheid, van een leven dat eindigt in sterven of een sterven waarmee het leven aanvangt. Demeter zwerft over de verschroeide aarde op zoek naar een gestolen kind; Isis strekt zich vergeefs uit over de wereld om de ledematen van Osiris te verzamelen; op de heuvel klinkt gejammer voor Attis en in de bossen voor Adonis. Er sluimert in dergelijke rouwklachten het mystieke en ingrijpende gevoel dat de dood verlossing en verzoening brengt, dat het goddelijke bloed dat vloeit een rivier vormt waarin wij ons kunnen reinigen, en dat alles wat goed is gevonden wordt in het bijeenrapen van het gebroken lichaam van de god. We kunnen dit terecht een voorafschaduwing noemen – zo lang we ons maar goed bewust blijven van het feit dat een voorafschaduwing een schaduw is. En de metafoor van de schaduw slaat de spijker op de kop: want het is cruciaal om je te beseffen dat een schaduw een omtrek is, iets dat de vorm reproduceert, maar niet de materie zelf. Deze mythen lijken het echte werk, maar door te zeggen dat ze erop lijken, zeg je impliciet dat ze het niet zijn. Zeggen dat iets op een hond lijkt is een andere manier om te zeggen dat het geen hond is. En in deze zin is de mythe geen mens. Niemand zag Isis als een mens, niemand dacht dat Demeter een historisch figuur was, niemand zag Adonis als de stichter van een Kerk. Niemand kwam op het idee dat een van deze figuren de wereld veranderd had; veeleer bestond de notie dat hun herhaalde dood en leven de droevige en beeldschone tragiek in zich droegen van de onveranderlijkheid van de wereld. Geen enkele god zorgde voor een omwenteling, behalve dan wellicht de wenteling van de zon en de maan. We missen hun hele betekenis als we niet inzien dat zij onze schaduwen zijn, en de schaduwen die wij najagen. In bepaalde rituele of sociale gebruiken lijken zij weliswaar te wijzen naar een soort van God die hen bevredigen kan; maar zij pretenderen niet bevredigd te zijn. Wie zegt dat ze dat wel doen, begrijpt geen snars van poëzie.

adonis

De dode Adonis

Zij die spreken over ‘heidense Christus-figuren’[2] hebben minder sympathie met het heidendom dan met het christendom. Zij die deze culten ‘religies’ noemen en hen ‘vergelijken’ met de zekerheden en uitdagingen van de Kerk, hebben veel minder waardering voor datgene wat het heidendom menselijk maakte dan wij, en snappen ook minder goed waarom klassieke literatuur nog altijd in de lucht hangt als een lied. Het getuigt niet van veel menselijk mededogen voor de hongerigen om aan te tonen dat honger hetzelfde is als voedsel. Het getuigt niet van een briljant inzicht in de jeugd om te beweren dat hoop de behoefte aan geluk doodt. En het is ronduit absurd om te stellen dat deze geestelijke beelden, die volledig in het abstracte bewonderd werden, zelfs nog maar van dezelfde orde waren als een levende mens en een levende gemeenschap die aanbeden werden omdat zij concreet waren. Je zou net zo goed kunnen beweren dat een kind dat met een waterpistooltje speelt hetzelfde is als een man op zijn eerste dag in de loopgraven; of dat een jongetje dat voor het eerst kriebels krijgt bij de gedachte aan het andere geslacht, hetzelfde is als het sacrament van het huwelijk. Precies daar waar ze oppervlakkig op elkaar lijken, zijn ze fundamenteel anders – wellicht kun je zeggen dat ze anders zijn, zelfs waar ze hetzelfde zijn. Ze verschillen enkel van elkaar in het feit dat de ene echt is en de andere niet. Ik bedoel niet louter te zeggen dat ik persoonlijk denk dat de ene echt is en de andere niet. Ik bedoel dat de ene nooit echt moest lijken, en de andere echt is. In welke zin de eerste toch echt is, heb ik hier op tamelijk ondoorzichtige wijze willen demonstreren, maar ongetwijfeld is het uiterst subtiel en haast onbeschrijfelijk. Het is zo subtiel dat de geleerden die het als een rivaal van onze religie voorstellen, het hele punt en de hele strekking van hun vakgebied missen. Wij weten beter dan de deskundigen, zelfs wanneer wij er nooit voor doorgeleerd hebben, wat die holle schreeuw te betekenen had die klonk boven de dode Adonis en waarom de Grote Moeder een dochter had die getrouwd was met de dood. Dieper dan de deskundigen zijn wij doorgedrongen in de Mysteriën van Eleusis en verder zijn we doorgestoten waar poort na poort de wijsheid van Orpheus beschermt. Wij kennen de betekenis van alle mythen. Wij kennen de laatste geheimen die onthuld worden aan de volmaakte ingewijden. En het is niet de stem van een priester of profeet die zegt: “Zo is het!” Het is de stem van een dromer en idealist die uitroept: “Waarom kan het niet zo zijn?”

[1] Een klassiek beeld voor bedrieglijke en waarachtige dromen. Het komt voor het eerst voor in Homerus’ Odyssee:

‘Dromen’, zo sprak de wijze Penelope, ‘zijn onontwarbaar en duister en gaan niet alle voor de mens in vervulling. Want er zijn twee poorten van de ijle dromen, de ene gemaakt van hoorn, de andere van ivoor. De dromen die komen door gezaagd ivoor, bedriegen en brengen onvervulbare boodschap; maar die door het gepolijste hoorn naar buiten komen, voorspellen de waarheid aan het menselijke oog, dat hen ziet. (…)’ (Boek XIX, vers 560 ev., vertaling M.A. Schwartz, Querido, Amsterdam, 1999)

[2] Waarschijnlijk refereert Chesterton hier met name aan zijn tijd- en vakgenoot John M. Robertson (1856-1933), die tal van boeken schreef over de ‘ware’ Jezus. In 1903 had Robertson een boek gepubliceerd dat Pagan Christs heet.

Uit: G.K. Chesterton, The Everlasting Man, deel 1, hoofdstuk 5. Vertaling & noten: moi. Waarom? Daarom!

De trackbackURI naar dit bericht is: http://antondewit.wordpress.com/2009/11/05/snipper-20-een-heidense-christus/trackback/

RSS-feed voor reacties op dit bericht.

3 reacties Leave a comment.

  1. Verbazingwekkend eigenlijk hoe actueel Chestertons argumenten blijven. Verbazingwekkend hoe “atheïsten” oude argumenten blijven recycleren.

  2. Goed stuk. Bovendien zijn veel van de zogenaamde paralellen met de ‘proto-Jezussen’ incorrect of verschrikkelijk vergezocht.

  3. Laat staan dat het heidendom goed gedocumenteerd is geweest. Veel dingen weten we gewoonweg niet meer omdat deze wereld (voor de geschiedenis) goeddeels verloren is gegaan. Het is dan verleidelijk om dan zelf een heidendom te creëren, net zoals de Nazi’s dat deden door valse archeologische vondsten te publiceren via het Propaganda Ministerie van Joseph Göbbels. Ook hier dezelfde methode: verzin gewoon iets en vertel dat het op “waarheid” berust, en ziedaar we weten opeens hoe de vork in de steel zit…


Leave a Comment