Snipper #17: De architectuur van luchtkastelen

800px-Rolls_Royce_Car_LogoOnlangs ontstond op dit weblog een stevige en boeiende discussie over de verhouding tussen de christelijke en de oude heidense religie. Ook G.K. Chesterton schrijft daar veel over in zijn Eeuwige mens. In de onderstaande passage (het vervolg op dit fragment) gaat hij dieper in op de grondtrekken van de heidense mythologieën. Deze zijn te waarderen als artistieke prestatie, stelt hij — maar misschien zijn we wel geneigd ze daarom al te ernstig te nemen…

Een Artemis-beeld uit de aan haar gewijde tempel in Efeze.

Een Artemis-beeld uit de aan haar gewijde tempel in Efeze.

Uit deze psychologie van de dagdromen volgen twee feiten, die we in het achterhoofd moeten houden als we bekijken hoe zij zich ontwikkelen tot mythologieën en zelfs religies. Ten eerste zijn deze fantasierijke indrukken vaak strikt plaatselijk. In plaats van abstracties die in allegorieën veranderd worden, zijn zij veeleer beelden die in afgoden samengebald worden. De dichter voelt het mysterie van een bepaald bos, niet van de kennis van ecologische hoofdstructuren of van flora- en faunabeheer. Hij aanbidt de top van een bepaalde berg, niet het abstracte idee van hoogte. Vandaar dat een heidense god niet al het water vertegenwoordigt, maar veelal één specifieke rivier – wel kan hij de god van de zee zijn, maar alleen maar omdat de zee zo enkelvoudig is als een enkel stroompje; de rivier die de hele wereld omspant. Apollo wandelt niet louter rond waar de zon schijnt; de stenen van Delphi zijn zijn thuis. Artemis is groot genoeg om op drie plekken tegelijkertijd te zijn, aarde en hemel en hel, maar groter nog is de Artemis van de Efeziërs[1]. De laagste vorm van een dergelijke lokalisering zijn de fetisj of de talisman, zoals ook miljonairs die op hun auto plaatsen. Maar het kan zich ook bestendigen in iets als een eerbiedwaardige en serieuze religie, zodra het in verband wordt gebracht met eerbiedwaardige en serieuze plichten — in de goden van een stad of zelfs de goden van de huiselijke haard.

Dr. Samuel Johnson

Dr. Samuel Johnson

De tweede consequentie is deze: dat in deze heidense culten alle gradaties van oprechtheid én van onoprechtheid te vinden zijn. In hoeverre dacht de Athener werkelijk dat hij een offer moest brengen aan Pallas Athena? Welke geleerde is zeker van het antwoord? In hoeverre dacht Dr. Johnson[2] werkelijk dat hij alle straatlantaarns aan moest raken of sinaasappelschillen moest verzamelen? In hoeverre denkt een kind werkelijk dat hij steeds een tegel over moet slaan als hij hinkelt op de stoep?Tenminste twee dingen zijn tamelijk helder. Op de eerste plaats konden deze handelingen in eenvoudigere en minder zelfbewuste tijden gemakkelijk een ingesleten gewoonte worden, zonder dat ze per se serieuzer werden. Dagdromen konden in alle openbaarheid uitgeleefd worden, met meer vrijheid en artistieke expressie; maar wellicht nog altijd meer met de lichte pas van de slaapwandelaar. Sla Dr. Johnson een antieke mantel om, zet hem (met zijn genadige instemming) een krans op het hoofd, en hij zal zich statig voortbewegen onder die klassieke morgenhemel, terwijl hij alle heilige pilaren aanraakt met daarop het hoofd van Terminus, de god die de grenzen van het land en het mensenleven bewaakt. Laat een kind vrij rondlopen tussen het marmer en mozaïek van een klassieke tempel, laat hem spelen op de grote zwart-wit geblokte vloer; en in deze vervulling van zijn ijdele en onbestemde dagdromen zal hij zich graag overgeven aan een serieuze en sierlijke dans. Maar de zuilen en tegels zijn nauwelijks meer of minder werkelijk dan zij in moderne omstandigheden zijn. Ze zijn niet serieus serieuzer te nemen. Ze bezitten de oprechtheid die zij altijd bezaten; de oprechtheid van de kunst als een symbool dat zeer reële geestelijke dimensies onder het oppervlak van het leven representeert. Maar ze zijn alleen maar oprecht op de wijze dat kunst oprecht is, niet op de wijze dat moraliteit dat is. De verzameling sinaasappelschillen van de excentriekeling kunnen op een mediterraan feest veranderen in sinaasappels en in een mediterrane mythe in gouden appels. Maar deze variaties kunnen niet op één lijn worden gesteld met het onderscheid tussen een blinde bedelaar een sinaasappel geven en de schillen dusdanig wegleggen dat de bedelaar er over struikelt en zijn been breekt. Tussen die zaken bestaat een essentieel, niet een gradueel verschil. Het kind vind het niet op dezelfde manier verkeerd om op een tegel te stappen, als hij het verkeerd vindt om op de staart van een hond te stappen. En het staat vast dat welke grap of gril Johnson er ook toe dreef om de paal aan te raken, hij dit nooit deed met dezelfde siddering als waarmee hij zijn handen uitstrekte naar die huiveringwekkende houten paal waaraan God de dood en de mens het leven vond.

Een opvoering van Aristophanes' Kikkers.

Een opvoering van Aristophanes' Kikkers.

Zoals ik eerder al opmerkte betekent dit niet dat er geen werkelijkheid of zelfs geen religieus sentiment schuilde in zulke stemmingen. In feite heeft de katholieke kerk deze immens populaire lokale legenden en lichtere ceremoniële vormen met overweldigend succes overgenomen. In zoverre deze vormen van heidendom onschuldig waren en in overeenstemming met de natuur, was er natuurlijk geen enkele reden waarom zij niet beschermd zouden worden door beschermheiligen in plaats van door heidense goden. In elk geval bestaan er gradaties van ernst in de meest natuurlijke verzinsels. Er bestaat een groot verschil tussen je voorstellen dat er feeën in het bos wonen – wat vaak niet meer wil zeggen dan dat je een bepaald bos een uitermate geschikte woonplaats voor feeën vindt – en jezelf dusdanig angst aanjagen dat je liever een kilometer omloopt dan dat je een huis passeert waarvan je gelooft dat het er spookt. Achter dit alles schuilt het feit dat schoonheid en angst zeer reële zaken zijn en aan een zeer reële geestelijke wereld raken. Ze aan te raken, zelfs al is het maar via de vertwijfeling of de verbeelding, betekent de diepste diepten van de ziel beroeren. Dat begrijpen wij allemaal, en ook de heidenen begrepen dat. Het punt is dat het heidendom niet echt de diepten beroerde, maar louter vertwijfeling en verbeelding bood, met als gevolg dat wij vandaag de dag niet veel meer over hebben van het heidendom dan twijfels en beelden. Alle deskundige critici zijn het er over eens dat de grootste dichters, in het heidense Hellas bijvoorbeeld, een houding ten aanzien van hun goden hadden die tamelijk vreemd en vervreemdend is voor mensen in het christelijke tijdperk. Goden en mensen liggen voortdurend met elkaar in de clinch, en niemand weet wie nu precies de held is en wie de schurk. Die twijfel geldt niet enkel voor een twijfelaar als Euripides in diens Bacchanten, maar ook voor een gematigde conservatief als Sophokles in de Antigone en zelfs voor een regelrechte reactionair als Aristophanes in diens Kikkers. Soms lijkt het net alsof de Grieken boven alles in de eerbied geloofden, maar niemand hadden om te eerbiedigen. Maar de crux van dit raadsel is dit: dat al deze vaagheid en variatie voortkwam uit het feit dat alles begon in verbeelding en dagdromerij, en dat er geen architectonische regels bestaan voor luchtkastelen.

[1] “Groot is Artemis van Efeze”, zo schreeuwden de inwoners van deze havenstad in het huidige Turkije woedend, toen de apostel Paulus daar kwam en predikte dat hun afgodsbeelden geen echte goden waren. Zie: Hn. 19:23-40.
[2] De invloedrijke lexicograaf, dichter en literair criticus Samuel Johnson (1709-1784), die vaak Dr. Johnson wordt genoemd hoewel hij niet echt een doctorstitel bezat, leed aan allerlei eigenaardige dwangneuroses en tics.

Uit: G.K. Chesterton, The Everlasting Man, deel 1, hoofdstuk 5. Vertaling & noten: moi. Waarom? Daarom!

De trackbackURI naar dit bericht is: http://antondewit.wordpress.com/2009/09/14/snipper-17-de-architectuur-van-luchtkastelen/trackback/

RSS-feed voor reacties op dit bericht.

2 reacties Leave a comment.

  1. [...] begrijpt de mensheid niet. Maar, zo stelt G.K. Chesterton in onderstaand fragment (volgend op dit fragment), het zou van evenveel onbegrip getuigen om de mythen van de heidenen als [...]

  2. [...] #21: Beschaving en bijgeloof Het vijfde hoofdstuk (in zes stukken vertaald: 1, 2, 3, 4, 5, 6) van De eeuwige mens kun je als een lofzang op de heidense mythologieën lezen: G.K. [...]


Leave a Comment