Nogmaals: tegen de interreligie

interfaithEerder schreef ik op deze plek een kritisch stuk over ‘interfaith minister’ Joan Elkerbout en haar ‘kerk voor alles godsdiensten’. Ik vind dat waanzin en heb daar tien (volgens mij) goede redenen voor genoemd. Uiteraard viel het te verwachten dat niet iedereen het goede redenen vond. Peter Pit, wiens interessante weblog ik nog niet kende, schreef een grondig en uiterst kritisch weerwoord, dat ik niet onbeantwoord wil laten.

Op meerdere plekken laat Peter doorschemeren dat hij zich stoort aan mijn polemische toon. Ik gebruik inderdaad tamelijk stevige kwalificaties als ‘waanzin’, ‘knutselspiritualiteit’ en ’sektarisch’ als het gaat om de ‘interreligie’ van Elkerbout. Vooropgesteld: ik hou niet van schelden en argumenten ad hominem, en probeer steeds een fatsoenlijk gesprek te voeren. Net als Peter zelf trouwens, ik waardeer zijn vriendelijke en respectvolle toon. Dat neemt niet weg dat ik vind dat kritiek op opvattingen soms met enige kracht en stelligheid naar voren mogen worden gebracht. (Pittig, scherp — kwalificaties die Peter zelf toch ook (terecht) aan zijn blog toekent.)

Ik heb mijn stuk nog eens nagelezen, maar ik vind niet dat ik te ver ga in mijn kritiek. Ik val Elkerbout niet persoonlijk aan, betwist zelfs haar motieven niet, en heb me niet bezondigd aan scheldkanonnades. Ik meen ook ieder woord dat ik geschreven heb, het is geen vorm van retorische overdrijving om de interreligie als waanzinnige, sektarische en nihilistische knutselspiritualiteit neer te zetten. Dat lijkt me eenvoudigweg de meest adequate typering.

Vervolgens, om op enkele inhoudelijke kritieken van Peter in te gaan. Hij schrijft:

Allereerst vind ik het uitermate vergezocht dat een religie niet gesticht kan worden. Hij noemt wel voorbeelden als Boeddha, maar geen argumenten. Toen Boeddha met zijn prediking begon, was dat toch het begin van een nieuwe religie? Wanneer begint een religie anders? Na verloop van enige eeuwen? Dan is het christelijk geloof pas in de zesde eeuw of zo ontstaan? Wat voor argument is dit?

Achteraf bezien ontstond met de prediking van de Boeddha inderdaad een nieuwe religie, hoewel de Boeddha gewoon in een brahmaanse traditie stond en niemand op dat moment waarschijnlijk het besef had van hoe nieuw zijn leer was. De Pali-canon, maatgevend voor het zelfbesef van het boeddhisme en ons beeld ervan, onstond pas in de loop van de eeuwen na de dood van de Boeddha en werd ergens in de eerste eeuw voor Christus voor het eerst op schrift gesteld. Mijn punt is: het was hoogst waarschijnlijk niet de bedoeling van de Boeddha om een ‘isme’ achter zijn naam te krijgen. Ook Christus kwam niet om een nieuwe religie te grondvesten — pas toen alles verloren leek heeft de Kerk gegrondvest (wat het enige echte ’stichtingsverhaal’ is dat ik ken), maar dat was toch niet Zijn eerste en eigenlijke doel hier op aarde. Wat wij nu christendom noemen is inderdaad iets dat in de loop van de tijd ontstaan is, in retrospect. Wat niet wil zeggen dat het christendom pas in de zesde eeuw is ontstaan, maar dat het ontstaansmoment eenvoudigweg geen menselijke keuze was. In de zin van: laat ik vandaag eens een nieuwe religie beginnen. Je kunt een kerkgenootschap stichten, absoluut. Maar een religie, nee, dan heb je met alle respect een wat beperkte opvatting van wat een religie is.

Ik wil in relatie tot de eerste twee punten die ik maakte graag ook verwijzen naar een passage uit De eeuwige mens van G.K. Chesterton, die ik op dit weblog vertaald heb, over de vergelijking van godsdiensten.

Met betrekking tot mijn kwalificatie van knutselspiritualiteit schrijft Peter:

Anton de Wit schrijft natuurlijk provocerend (hoop ik), maar “knutselspiritualiteiten” – dat doen we allemaal. Niemand, maar dan ook niemand, leeft volgens alle geboden uit de bijbel. (…) We knikkeren een hoop aan de kant, omdat het niet in onze cultuur past, omdat we theologische redenen bedenken dat we ze nu niet meer toe hoeven te passen, maar die redenen blijken ook nooit waterdicht.

Met een ‘knutselspiritualiteit’ bedoel ik een religieus of spiritueel wereldbeeld dat geheel naar eigen inzicht en voorkeuren is samengesteld uit diverse tradities. Dat doen we helemaal niet allemaal. Natuurlijk, iedereen kiest tot op zekere hoogte de krenten uit de pap van zijn of haar traditie, we hebben allemaal elementen van ons geloof waar we meer of minder mee hebben. Maar een echte religie houdt vervolgens geen rekening met die voorkeuren. Ik kan, ik noem maar wat, moeite hebben met bepaalde passages uit de brieven van Paulus, maar op gezette tijden worden die passages toch voorgelezen in de kerk. Of ik dat nu leuk vind of niet. Ik zie dat als een groot voordeel, ook om niet op eigengereide dwaalwegen te verdwalen. Steeds opnieuw moet ik me toch weer tot elementen uit de traditie verhouden, waardoor mijn eigen gemakkelijke gelijk bevraagd blijft worden, en ik gedwongen wordt steeds op een nieuwe manier naar zaken te kijken. In een knutselspiritualiteit is die voortdurende confrontatie en herbezinning niet noodzakelijk aanwezig, eerder niet dan wel.

Waarmee ik helemaal niet zeg dat tradities hermetisch afgesloten stromingen zijn die nooit veranderen of geen invloed van buitenaf kennen. Mijn punt heeft niets met zuiverheid van godsdienst te maken, zoals Peter suggereert:

Anton de Wit geeft hiermee de suggestie dat mensen volgens een zuivere godsdienst kunnen denken en leven, maar dat getuigt van weinig mensenkennis, godsdienstkennis en klinkt mij zelfs een beetje eng in de oren.

Het heeft juist alles met diversiteit te maken, met openheid naar nieuwe inzichten, met bescheidenheid. Ooit bestond er een enge sekte die zichzelf ‘de zuiveren’ noemden, ofwel ‘de katharen’. Ons woord ‘ketterij’ is er van afgeleid, en ik neem die term ernstig. Wie meent de ene zuivere religie aan te hangen, zit hoogst waarschijnlijk op een ketters dwaalspoor. Ironisch genoeg wordt met dergelijke ketterse sektes tegenwoordig juist vaak gedweept door mensen die vinden dat de gevestigde kerken een te stellige waarheidsaanspraak doen.

Om de ongelijksoortigheid te illustreren stelde ik dat de interreligie is als een voetbalclub bestaande uit handballers, tennissers, judoka’s, synchroonzwemmers, darters, schakers, voetbalkijkers en postzegelverzamelaars. Peter is niet onder de indruk van die vergelijking:

Elkerbout wil geen voetbalclub samenstellen uit handballers, tennissers, enz. Zij wil een sportclubsamenstellen uit voetballers, handballers, enz. En als je de postzegelverzamelaars uit Anton de Wit’s misplaatste voorbeeld er ook onder wilt laten vallen, dan richt Elkerbout een groep vrijetijdbesteders op. Wat meer scherpzinnigheid in je voorbeelden, graag.

Deze opmerking deed mij inzien dat mijn punt zelfs nog scherpzinniger is dan ik dacht! Want als de interreligie een sportclub is in plaats van een voetbalclub, welke sport beoefenen zij dan? Voetbal? Maar daar zijn de tennissers, darters en postzegelsverzamelaars weer niet goed in. Postzegels verzamelen? Arme judoka’s en schakers! Of mogen zij soms allemaal hun eigen sport beoefenen? Maar dan valt de sportclub toch weer uiteen in judoclubs, voetbalclubs, enzovoort. Nee hoor, het is echt een prima metafoor, al zeg ik het zelf.

Dan, met betrekking tot mijn pleidooi voor een zekere spirituele monogamie, zegt Peter:

Welk gewoon mens leert zijn eigen traditie dan wel ten volle kennen? Voor Mies op drie-hoog en Gert van hiernaast is de “traditie” onbekend terrein. En zelfs voor geleerden en theologen is er nog veel te ontdekken in hun eigen traditie. En elke traditie kent vele stromen.

Ik vind die opmerking eerlijk gezegd een beetje paternalistisch naar Mies en Gert toe. Dat zij geen geleerde theologen zijn wil niet zeggen dat zij de traditie niet kennen. Misschien kennen zij de traditie wel beter dan menig geleerd theoloog. Als ik zeg ‘kennen’ doel ik niet zozeer op een intellectueel of cognitief proces, maar bedoel ik eerder, plat gezegd: er met je beide poten midden instaan, for better and worse. Natuurlijk kan geen mens de volle breedte en diepte van een traditie overzien, maar je kunt er wel een relatie mee aangaan. Vandaar ook mijn woordkeuze ‘monogamie’. Ik durf de (misschien ook wat oneigentijdse) stelling wel aan dat iemand die een monogame liefdesrelatie heeft zijn of haar partner veel beter en dieper kent dan iemand die van bloem naar bloem fladdert. Als Gert en Mies gewoon zo af en toe naar de kerk gaan, zonder zich verder intellectueel veel in de traditie te verdiepen, dan kennen zij die traditie al veel beter dan de interreligieus die meent van alle markten thuis te zijn.

Daarnaast ben ik er volledig van overtuigd dat zij wel degelijk een focus maken en een bepaalde weg kiezen:  voor tolerantie bijvoorbeeld. Voor het besef dat wij nietige mensen niet alles kunnen weten en dus principieel open moeten staan voor andere visies en religies. Deze argumenten van Anton de Wit zijn vol van zwart – wit denken en hebben volgens mij weinig met de grijze tinten van de werkelijkheid te maken.

Het valt me op dat mensen die, zoals Peter, grijstinten graag tegenover zwart-witdenken plaatsen, soms lijken te vergeten dat zwart en wit wel degelijk reëel bestaande kleuren zijn. Zonder zwart en wit zou er überhaupt geen grijs bestaan. En de theorie van de interreligie is gewoon volledig zwart, er is niks grijs aan. Of misschien kan ik beter zeggen dat de interreligie juist volledig grijs is, en het bestaan van zwart en wit niet tolereren kan. Dat heeft dus helemaal niets met tolerantie en openheid te maken. Dus als Peter verderop zegt dat de kern van waarheid van de interreligie is gelegen in “het besef dat geen enkel persoon en geen enkel systeem het allemaal door kan hebben, dat je open wilt staan voor andere meningen, andere visies, andere religies”, dan durf ik dat te betwijfelen.

Ik vind de visie die Peter naar voren brengt heel behartigenswaardig. Noem het maar ‘agnostiek’: de intuïtie dat je als mens beperkt bent in je begrip van de grote waarheden, en dat je daarom bescheiden moet zijn, en ook open moet staan voor andere visies, enzovoort. Maar welbeschouwd tref ik die houding of intuïtie helemaal niet aan bij de interreligie. Die riekt veel meer naar de tegenovergestelde positie: de gnostiek, die zich het best laat omschrijven als de arrogante aanname dat jij en jouw kleine clubje ‘ingewijden’ de volledige waarheid in pacht hebben. Gnostiek is precies zo’n dwaze ketterij waar ik het eerder al over had, die de kerk altijd bestreden heeft en die misschien juist daarom zo populair is bij alle bittere anti-kerkelijke zinzoekers van vandaag, die de kerk van arrogantie betichten. Wederom, de wrange ironie van de geschiedenis.

Ik kies stellig de zijde van de o zo voorzichtige en tolerante orthodoxie, die zich klein en nietig voelt bij de grootse waarheid die zij poogt te bewaren, de ontzagwekkende, mysterieuze waarheid van de mensgeworden God die geboren werd in de modder en stierf in de modder, en die ons toch een liefde en goedheid heeft voorgeleefd waar ik keer op keer weer stil van word.

Een slordige 1800 woorden ben ik inmiddels verder, menig lezer zal allang afgehaakt zijn — voor nu wil ik het hier even bij laten. Ik zou op alle punten van Peter in kunnen gaan, maar mijn antwoord zou toch steeds weer op hetzelfde neerkomen. Bovenstaande is voor nu het belangrijkste ter verduidelijking en verdediging van mijn positie. De vijf vragen die Peter mij stelde heb ik in een comment op zijn blog reeds puntachtig beantwoord, en deze hele post kun je als een verdere toelichting zien. Het komt aan op een bepaalde opvatting van wat religie en traditie is, en ik vermoed dat Peter en ik over bepaalde punten niet eens zo heel verschillend denken. Maar blijkbaar komt hij toch tot andere conclusies — ik dank je oprecht en hartelijk, beste Peter, dat je die met mij hebt willen delen.

De trackbackURI naar dit bericht is: http://antondewit.wordpress.com/2009/07/15/nogmaals-tegen-de-interreligie/trackback/

RSS-feed voor reacties op dit bericht.

7 reacties Leave a comment.

  1. Bedankt voor je reactie, Anton. Als trouwe lezer van je blog vind ik het een hele eer dat je zo serieus op mijn woorden in gaat.

    En ik vind het heerlijk dat ik doordachte tegengas krijg! Heb ik nog wat stof er bij om na te denken over dit onderwerp dat voor mij heel belangrijk is, maar volgens mij ook voor onze wereld van enorm belang is. Ik ga er eens rustig over na denken en schrijf misschien nog iets op.Dat hoor je dan wel.

    Al het goede!

  2. Waarheid is nooit grijs. Waarheid verdraagt geen compromissen en geen concurrentie.

  3. Ik heb van de 1800+ woorden genoten. Mooie stijl en rake opmerkingen. Goede uitwisseling van gedachten.

  4. [...] evangelische kerken floreren, enerzijds is er secularisatie en anderzijds fundamentalisme, multireligiositeit wint aan populariteit, oosterse religies groeien, de nadruk komt te liggen op persoonlijke [...]

  5. Ik heb nog weer gereageerd op jouw reactie op mijn reactie op jouw reactie op het bericht van Joan Elkerbout. Kortom: ik geef nog flink wat tegengas. Volgens mij blijft er niets van jouw argumenten over… ;)

  6. haai anton

    leuk dat ik via goedgelovig.nl op jouw blog terechtkom.
    n.a.v. dit stuk (eerste gedeelte over boeddha) en je bronnenboeken ben ik zeer benieuwd naar je mening over het volgende artikel: http://www.trimondi.de/NL/achtvragen.htm
    ken je verder ook martin kamphuis (ex-boeddhist)? hij heeft een waanzinnig interessant boek geschreven, zie http://www.gateway-ev.de/home/home_nl.asp

    hartelijke groet!

  7. [...] boeman van religieuze intolerantie bestempelde, viel een beetje te verwachten. Daar heb ik weer een wat uitgebreidere en meer genuanceerde repliek op geschreven, maar van de verdenking van bekrompenheid, xenofobie en andere lelijke dingen heb ik [...]


Leave a Comment