Snipper #14: Je grootmoeder op de maan

We gaan weer verder met Chesterton en zijn geestige betoog De eeuwige mens. Bij deze een korte, maar hilarische passage: de openingsalinea van het 5e hoofdstuk van het eerste deel, waarin hij zijn waardering voor de verloren kunst van de mythologie uitspreekt.

Hoofdstuk 5
De mens en de mythologieën

Wat ik hier ‘de goden’ noem, kunnen net zo goed dagdromen genoemd worden. Dat ik ze vergelijk met dromen wil niet zeggen dat ik ontken dat dromen uit kunnen komen. Als ik ze reisverhalen noemen, wil ik niet beweren dat ze geen ware verhalen zijn, of op z’n minst waarachtige verhalen. In werkelijkheid zijn zij het soort verhalen dat de reiziger tegen zichzelf vertelt. Het gehele domein van de mythologie behoort tot het poëtische deel van de mens. Merkwaardig genoeg wordt vandaag de dag vaak vergeten dat mythes uitingen van de verbeelding zijn, en daardoor ook kunstwerken. Slechts dichters kunnen ze maken. Slechts dichters kunnen ze bekritiseren. De populaire oorsprong van zulke legendes bewijst dat er op deze wereld meer dichters dan niet-dichters zijn. Maar om een of andere onverklaarbare reden is het steeds de niet-dichterlijke minderheid die kritische studies mag schrijven over deze populaire dichtwerken. We sturen geen sonnet naar een wiskundige of een lied naar een boekhouder; maar we koesteren wel de even absurde veronderstelling dat folklore als wetenschap behandeld kan worden. Als wij deze dingen niet op artistieke wijze waarderen, waarderen wij ze in z’n geheel niet. Als de Polynesiër tegen de professor vertelt dat er ooit niets anders was dan een grote gevederde slang, dan heeft die laatste daar niets van te vinden, tenzij de geleerde man er enthousiast door raakt en stiekem zou willen wensen dat het waar was. Als de beste Amerikaans-indiaanse autoriteit hem ervan verzekert dat een primitieve held de zon en de maan en de sterren in een doos droeg, dan kan hij hem niet tegenspreken, tenzij hij in zijn handen knijpt en haast met zijn benen zou gaan spartelen zoals een kind dat zou als die zo’n charmante gedachte zou horen.

HiawathaDit criterium is niet uit de lucht gegrepen: primitieve en barbaarse kinderen lachen en spartelen inderdaad net zoals andere kinderen, en we hebben een zekere eenvoud nodig om de kindertijd van de wereld weer voor de geest te halen. Toen de kleine Hiawatha verteld werd dat een krijger zijn grootmoeder naar de maan gooide[1], lachte hij even hard als een willekeurig Engels kind lacht als het verteld wordt dat er een koe over maan gesprongen is. Het kind begrijpt de grap even goed als de meeste mensen, en beter nog dan sommige wetenschappers. Maar het ultieme criterium zelfs voor het fantastische, is de gepastheid van het ongepaste. Dat criterium zal puur arbitrair lijken omdat het puur artistiek is. Als een of andere student mij vertelt dat het kind Hiawatha slechts lachte uit respect voor het tribale gebruik om de ouderen te offeren omwille van de huishoudelijke efficiëntie, dan zeg ik dat dat niet zo is. Als een of andere geleerde mij vertelt dat de koe slechts over de maan sprong omdat er een kalf aan Diana geofferd was, dan zeg ik dat dat niet zo is. De koe deed dat omdat het klaarblijkelijk gepast is voor een koe om over de maan springen. Mythologie is een verloren kunst, een van de weinige kunsten die echt verloren is gegaan, maar hoe dan ook is het een kunst. De gehoornde maan en het gehoornde maankalf vormen een harmonieus en haast verstild patroon. En je grootmoeder de lucht in smijten getuigt niet van goed gedrag, maar wel van uitstekend goede smaak.

[1] Een gemythologiseerde versie van de Amerikaans-indiaanse held Hiawatha werd vereeuwigd in het epische gedicht The Song of Hiawatha van de Amerikaanse dichter H.W. Longfellow (1807-1882). De strofe waar Chesterton hier naar verwijst gaat als volgt:

Saw the moon rise from the water
Rippling, rounding from the water,
Saw the flecks and shadows on it,
Whispered, “What is that, Nokomis?”
And the good Nokomis answered:
“Once a warrior, very angry,
Seized his grandmother, and threw her
Up into the sky at midnight;
Right against the moon he threw her;
‘T is her body that you see there.”

Uit: G.K. Chesterton, The Everlasting Man, deel 1, hoofdstuk 5. Vertaling & noten: moi. Waarom? Daarom!

Gepubliceerd in:  on 10 juli, 2009 at 4:14 pm Reacties (6)
Tags: , , , , , ,

De trackbackURI naar dit bericht is: http://antondewit.wordpress.com/2009/07/10/snipper-14-je-grootmoeder-op-de-maan/trackback/

RSS-feed voor reacties op dit bericht.

6 reacties Leave a comment.

  1. Bedankt voor de vertaling!

  2. Erg mooi!
    Maar waarom is de mythe dood? We fabriceren ze toch nog steeds elke dag? Al zijn de goden misschien vervangen door voetballers, rocksterren, dichters en misschien ook een beetje door onszelf: hoe we in een mooier gemaakt verleden mooi waren en hoe mooi we ook weer streven te zijn?
    M.

  3. “hoe we in een mooier gemaakt verleden mooi waren en hoe mooi we ook weer streven te zijn?”

    Mooie definitie.

    Zo ik het lees bedoelt GKC te zeggen dat de kunst van het mythes scheppen verloren is gegaan. Niet dat mythes zelf niet meer bestaan of ontstaan, maar het ambachtelijk scheppen ervan kunnen we niet meer. De voetballers, rocksterren, dichters en onze eigen zelfjes die je noemt lijken dat vermoeden eerder te bevestigen dan te weerspreken…

  4. Anton,

    Ga vooral door met dit vertaalwerk. Misschien kan het uiteindelijk resulteren in een nieuwe editie van de Eeuwige mens.

    Ik heb een 2de hands exemplaar op de kop getikt van Orthodoxie. Een heerlijk boek om te lezen.

    Ik ben op het spoor van Chesterton gezet door Ottens ‘Waarom komt U ons hinderen’ en door ‘De lach van Chesterton’ van Gaston Durnez.

    Groet, Henk

  5. Bedankt, Henk, voor de bemoedigende woorden! Ik hoop dat deze vertaling nog eens tot een nieuwe uitgave leidt…

    Orthodoxie is inderdaad schitterend.
    Durnez heb ik ook, maar dat boek van Otten niet… bedankt voor de tip! Ik heb Otten eens over Blaise Pascal horen spreken, vond ik indrukwekkend. Ik wist niet dat hij ook iets met Chesterton had.

  6. [...] zo betoogt G.K. Chesterton in het onderstaande fragment uit De eeuwige mens (direct aansluitend op dit fragment). Wetenschappers begrijpen zelden, zoals een kunstenaar dat wel begrijpt, dat één tak van de [...]


Leave a Comment