Snipper #13: Job, Hektor en Brahma

Het onderstaande fragment vormt het slot van het vierde hoofdstuk van het eerste deel van Chestertons Eeuwige mens (het gehele hoofdstuk is nu via deze link te lezen, snippers 7 t/m 13). Chesterton zinspeelt hier op het ontstaan van het christendom, waarin de onrustige universaliteit van het jodendom en de heroïsche localiteit van het heidendom samenkomen.

De smarten van Job - ets van Gustave Doré

De smarten van Job - ets van Gustave Doré

Dit unieke bezit [nl. een jaloerse God, zoals in het fragment hiervoor beschreven - AdW] was niet beschikbaar of toegankelijk voor de heidense wereld, omdat het ook het bezit was van een jaloers volk. De joden waren impopulair, deels vanwege de bekrompenheid die al in de Romeinse wereld was opgemerkt, deels wellicht omdat zij toen al de gewoonte hadden om dingen te verhandelen in plaats van ze met eigen handen te maken. Voor een ander deel had het ermee te maken dat het polytheïsme een soort oerwoud was geworden waarin het eenzame monotheïsme gemakkelijk kwijt liep; maar het blijft vreemd je te realiseren hoezeer het ook daadwerkelijk kwijt is geweest. Los van de meer omstreden zaken, bevatte de traditie van Israël zaken die nu de gehele mensheid toebehoren, en die misschien ook toen al de gehele mensheid toebehoorden. Zij hadden één van de reusachtige hoekstenen van onze wereld: het boek Job[1]. Het kan zich duidelijk meten met de Ilias en de Griekse tragedies, en meer nog dan die verhalen was het een vroege ontmoeting en scheiding van poëzie en filosofie. Het is een plechtig en verheffend aangezicht om die twee eeuwige dwazen, de optimist en de pessimist, vernietigd te zien worden in de dageraad van de tijd. En de filosofie perfectioneert werkelijk de heidense tragische ironie, precies omdat zij meer monotheïstisch en daarom ook mystieker is. Het boek Job beantwoord het mysterie inderdaad met meer mysterie. Job wordt getroost met raadsels, maar hij wordt getroost. Hierin schuilt inderdaad een type, een profetie, van iemand die met gezag spreekt. Want als hij die twijfelt slechts kan zeggen “Ik begrijp het niet”, dan is het waar dat hij die het weet slechts kan antwoorden of herhalen: “Je begrijpt het niet.” En achter die berisping schuilt steeds een zekere hoop in het hart, en een intuïtie dat er iets bestaat dat de moeite waard is te begrijpen. Maar dit machtige monotheïstische gedicht bleef onopgemerkt door de hele antieke wereld, die vergeven was met polytheïstische gedichten. Dat de joden iets als het boek Job voor de intellectuele wereld van de antiquiteit verborgen wisten te houden, tekent de wijze waarop zij steeds alleen waren en hun traditie ongemengd en ongedeeld konden houden. Het is alsof de Egyptenaren in alle bescheidenheid de grote piramides verstopt hadden.

Het lichaam van Hektor wordt naar Troje gedragen - Romeinse sculptuur

Het lichaam van Hektor wordt naar Troje gedragen - Romeinse sculptuur

Maar er was een andere reden voor een wederzijds misverstand en een impasse, karakteristiek voor heel het late heidendom. De traditie van Israël had immers slechts de helft van de waarheid te pakken, zelfs als wij de populaire paradox gebruiken en het de grotere helft noemen. In het volgende hoofdstuk zal ik de in de mythologie zo belangrijke liefde voor plaatsen en personen proberen te schetsen. Hier moet ik slechts opmerken dat er een waarheid in schuilde die verscholen bleef, hoewel het een lichtere en minder essentiële waarheid was. De smarten van Job moesten de smarten van Hektor[2] ontmoeten. Terwijl de eerste de smarten van het universum zijn, zijn de laatste de smarten van de stad; want Hektor kon het slechts verdragen naar de hemel te wijzen als de pilaar van het heilige Troje.

Brahma - Beeld in een Thaise tempel

Brahma - Beeld in een Thaise tempel

Als God vanuit de wervelwind spreekt, kan hij net zo goed uit de wildernis spreken. Maar het monotheïsme van de nomaden volstond niet voor al die verschillende beschavingen van velden en hekken en ommuurde steden en tempels en dorpen. De omslag zou komen toen de twee samenkwamen in een meer definitieve en gesettelde religie. In heel die heidense mensenmassa was hier en daar wel een filosoof te vinden aan wiens gedachten een zuiver theïsme ontsproot, maar de macht om de gewoonten van een hele volksstam te veranderen bezat hij niet en dacht hij ook niet te bezitten. Ook vinden wij in dergelijke filosofieën niet echt een zuivere definitie van deze diepe relatie tussen polytheïsme en theïsme. Het dichtst in de buurt komt misschien iets dat wij ver weg van deze beschavingen vinden, verder nog van Rome dan het geïsoleerde Israël. Namelijk dit gezegde uit een hindoeïstische traditie waarover ik ooit hoorde: dat zowel goden als mensen slechts de dromen van Brahma[3] zijn, die zullen vergaan wanneer Brahma wakker wordt. In een dergelijk beeld schuilt inderdaad iets van de Aziatische ziel dat minder gezond is dan de christelijke ziel. We kunnen het wanhoop noemen, zelfs wanneer zij het zelf vrede noemen. Deze nihilistische noot wordt verderop nog uitgebreider behandeld in de vergelijking tussen Azië en Europa. Het volstaat hier te zeggen dat in een dergelijk goddelijk ontwaken meer ontgoocheling geïmpliceerd is dan in onze overgang van mythologie naar religie. Maar in één opzicht is de beeldspraak toch erg subtiel en precies: namelijk omdat het een disproportie en verstoring tussen het idee van mythologie en van religie veronderstelt, een kloof tussen de twee categorieën. De vergelijkende godsdienstwetenschap stort als een kaartenhuis in elkaar doordat er geen vergelijking mogelijk is tussen God en de goden. Ze zijn niet met elkaar te vergelijken, zoals ook een mens en de mensen die in zijn droom rondlopen niet met elkaar te vergelijken zijn. In het volgende hoofdstuk zal ik pogen het einde van de droom te beschrijven waarin goden rondlopen als mensen. Maar het is onjuist te denken dat het contrast tussen monotheïsme en polytheïsme louter een kwestie is van dat sommige mensen in één god geloven en anderen in meerdere goden. Dan komt de olifantachtige olijkheid van de brahmanistische kosmologie nog dichter bij de waarheid – waarbij je tenminste nog de siddering voelt als je de sluier van de wereld optilt en de veelarmige scheppers ziet, de dieren met stralenkransen op hun tronen, en al de spinnenwebben van verweven sterren en heersers van de nacht, terwijl de ogen van Brahma zich openen als de dageraad van ons aller ondergang.

[1] Het oudtestamentische boek Job heeft een bijzonder grote invloed gehad op Chesterton. In 1907 schreef hij een inleiding bij dit bijbelboek, waarin hij het grote belang ervan nog uitgebreider toelicht. Zie: http://chesterton.org/gkc/theologian/job.htm

[2] In de Griekse mythologie de grootste krijgsheld van Troje. Ook in het christendom werd Hektor later gewaardeerd; Dante plaatste hem bijvoorbeeld in het vertrek van de Louteringsberg waar de deugdzame niet-christenen verblijven.

[3] Brahma is de scheppende ‘oppergod’ van het hindoeïsme. De hindoeïstische kosmologie gaat uit van een Alwezen (Ishvara) die in feite een goddelijke drie-eenheid is: schepper (Brahma), onderhouder (Vishnu) en vernietiger (Shiva).

Uit: G.K. Chesterton, The Everlasting Man, deel 1, hoofdstuk 4. Vertaling & noten: moi. Waarom? Daarom!

De trackbackURI naar dit bericht is: http://antondewit.wordpress.com/2009/04/10/snipper-13-job-hektor-en-brahma/trackback/

RSS-feed voor reacties op dit bericht.

2 reacties Leave a comment.

  1. Hulde!
    ben via Lewis in aanraking gekomen met Chesterton.
    Ik zou zeggen: keep up the good work, en hopelijk ga je deel twee ook vertalen.

  2. Dankje!
    En ik ga zeker verder met vertalen, al zal het zeer langzaam gaan, ik moet het een beetje tussen de bedrijven door doen.


Leave a Comment