Bovenstaande sticker is uitverkocht, vandaar dat ik ‘em maar virtueel op mijn weblog plak. Mocht ik tot de zes miljoen uitverkorenen behoren die de folder tegen de evolutieleer op de mat vinden, dan gaat dat vod linea recta de oud-papierbak in.
Het gaat de organisatie achter deze brochure, de vereniging Bijbel & Onderwijs, er slechts om de discussie op gang te brengen, zegt organisator Kees van Helden. Dat klinkt heel open-minded en democratisch, natuurlijk. Maar de vraag is: moet je wel over alles discussiëren? Ik bedoel: bisschop Williamson had het ook kunnen zeggen: “Ik wilde slechts de discussie op gang brengen.” Maar als het gaat om non-discussies, kun je beter je mond houden. Spaart een hoop bomen uit.
Dat creationisme een belediging voor eerlijke wetenschap is, dat weten we nu onderhand wel. Maar zoals ik eerder al heb geschreven, vind ik creationisme vooral ook een grove belediging aan het adres van het christendom. Laat de prachtige poëzie van het Scheppingsverhaal eens op je inwerken, hier in de adembemende Naardense vertaling:
Sinds het begin is God schepper,-
van de hemelen en de aarde.
De aarde
is woestheid en warboel geweest,
met duisternis op het aanschijn
van de oervloed,-
maar adem van God reeds
wervelend over het aanschijn van het water.
Dan zegt God: kome er licht!-
en er kómt licht.
God ziet het licht aan: ja, het is goed!
Zo brengt God scheiding aan
tussen het licht en de duisternis.
God roept tot het licht ‘dag’
en tot het duister heeft hij geroepen ‘nacht’;
er komt een avond en er komt een ochtend:
één dag.
(Gen. 1:1-5)
Een tekst als deze is een uiting van diep ontzag voor de schepping, en dwingt ook ontzag af. Ontzag voor de goddelijke geest die dag en nacht heeft geschapen, en ontzag voor de menselijke geest die deze tekst heeft geschapen. In dat ‘één dag’, waarmee dit fragment eindigt, ligt een wereld van betekenis besloten – een wereld die het creationistisch geteisem moedwillig om zeep helpt door deze woorden zonder nadenken letterlijk als ‘24 uur’ te interpreteren. Het gebrek aan ontzag wat daar uit spreekt is in de diepste zin godslastering, heiligschennis.
Uitgerekend de reisverslagen van Charles Darwin, waaruit zijn evolutietheorie is ontstaan, ademen wél een groot ontzag voor de heilige schepping. Tegenwoordig wordt Darwin wat al te makkelijk als een held van het atheïsme omschreven (ik denk dat de bijgevoegde cartoon de absurditeit daarvan op hilarische wijze zichtbaar maakt). Ik denk dat je daarmee deze geschoolde theoloog geen recht doet. Hoe gelovig of ongelovig Darwin was zullen we nooit weten, en het doet er ook niet zo veel toe. Maar het staat onomstotelijk vast dat Darwin veel meer ontzag had voor Gods schepping dan die godslasterende creationisten.
Ik schreef eerder dat het Vaticaan het niet aan zou durven om het creationisme te veroordelen, maar daarin heb ik me vergist. Ik stuitte toevallig op dit artikel waarin de Katholieke Kerk er gelukkig geen doekjes om windt. Uitgerekend Joseph Ratzinger, onze huidige paus Benedictus XVI, leverde reeds in 1987 een krachtig argument om die Nee/Ja-sticker op je brievenbus te plakken:
“We kunnen niet zeggen schepping of evolutie. De precieze formulering is schepping en evolutie.”



Bedankt Anton! Ik heb de tegenstelling al mijn hele leven nooit begrepen.
Dat het Darwins opzet niet was, daar worden we onlangs mee plat gegooid. Maar je hoort toch al te vaak dat ‘de kerk’ ‘die onzin’ roept. En vanaf nu ga ik dan de paus citeren
Want de enigen die deze overbodige discussie (blijkbaar) in stand houden, zijn mensen die altijd heel hard roepen waar ‘de kerk’ overal tegen is..
[...] het katholieke christendom) stug volhoudt dat het én-én is. (In een andere context kwam dat gisteren ook al aan de orde.) Uit een soort monomane bezetenheid eist de moderniteit enkelvoudigheid, want tegenstrijdigheden [...]
Wat ik dan weer niet begrijp is waarom we die mooie én/én-benadering wel toe zouden kunnen passen op de vraag schepping of evolutie en niet op het scheppingsverhaal zelf.
Natuurlijk is het scheppingsverhaal prachtige poëzie, dat wil evenwel niet zeggen dat het niet verhaalt van een werkelijke gebeurtenis.
Dat sommige mensen bepaalde feiten menen te moeten ontlenen aan het scheppingsverhaal wil toch helemaal niet direct zeggen dat ze het niet weten te waarderen als prachtige poëzie, dat lijkt me een denkfout. Het is ook hier én.. én.
Die huis-aan-huisfolder is wat mij betreft ook geen onverdeeld genoegen, maar waarom nou zo’n zware term als heiligschennis?
Ben ik met je eens, poëzie en werkelijkheid sluiten elkaar niet uit. Ik vind het een denkfout om te stellen dat de Bijbel ‘maar’ poëzie, of ‘maar’ literatuur is – dat is de suggestie die vaak uitgaat van dergelijke stellingen, maar die ik niet onderschrijf. Een soort oneigenlijk dualisme tussen feit en fictie, categorieën die m.i. helemaal niet op de Bijbel van toepassing zijn.
Ik denk dat heiligschennis hier een terechte term is, precies omdat creationisten louter de feitelijkheid van het beschrevene wil benadrukken, waarmee zij in die oneigenlijke dichotomie blijven hangen en daarmee het heilige tekort doen.
[...] februari – besteedt het NCRV-programma Rondom 10 uitgebreid aandacht aan het verhitte debat tussen driftig folderende creationisten en driftig adverterende atheïsten. Ook ik ben uitgenodigd om deel te nemen aan de live uitgezonden [...]
[...] Voor mijzelf kan ik in elk geval dit zeggen: ik zie creationisme en aanverwante quasi-wetenschap nog altijd als heiligschennis, als ketterij, en als onzinnig achterhoedegevecht bovendien. Voor mij persoonlijk is deze [...]