Snipper #8: Vergelijking en vervalsing

Het navolgende stuk sluit direct aan op het fragment dat ik eergisteren plaatste. Toch lijkt het alsof Chesterton hier even een wilde gedachtensprong maakt (iets wat hem niet vreemd is). Het vorige fragment eindigde met de spannende stelling dat het heidendom de natuurlijke religie van de mensheid is en als dusdanig de grote concurrent van het christendom. Die gedachte herneemt hij pas weer na de onderstaande alinea’s. Hier laat hij zien dat het vergelijken van religies een vorm van vervalsing is…

Het aan elkaar relateren van religies is op zichzelf vrij relatief. Vergelijkende godsdienstwetenschappen zijn dusdanig afhankelijk van gradaties en afstand en verschil, dat ze slechts relatief succesvol kunnen zijn, wanneer ze religies aan elkaar relateren. Als we er iets beter naar kijken, zullen we zien dat deze tak van de wetenschap dingen met elkaar vergelijkt, die in feite haast onvergelijkbaar zijn. We zijn gewend om tabellen of overzichten te zien waarin de grote wereldgodsdiensten staan beschreven in parallelle kolommen, maar we kunnen ons afvragen of ze echt parallel zijn. We zijn gewend om de namen van de grote religiestichters keurig op een rijtje te zien: Christus, Mohammed, Boeddha, Confucius. Maar in werkelijkheid is dit slechts een trucje, een typisch geval van gezichtsbedrog, waarbij de relatie tussen bepaalde objecten wordt gewijzigd door ze op een andere plek in het gezichtsveld te zetten. Die religies en hun stichters – of beter gezegd: die stromingen en personen die wij op één hoop van religies en religiestichters wensen te gooien – vertonen in werkelijkheid maar amper overeenkomsten. De illusie is deels ontstaan doordat de islam direct na het christendom wordt gezet in het lijstje; omdat de islam immers ook historisch gezien na het christendom ontstond en ook grotendeels een imitatie was van het christendom. Maar de andere oosterse religies, of wat wij religies noemen, lijken totaal niet op de Kerk en zelfs totaal niet op elkaar. Het confucianisme aan het einde van de opsomming past in een totaal andere denkwereld. De christelijke religie met confucianisme vergelijken is hetzelfde als een theïst met een Britse edelman vergelijken, of je afvragen of iemand in onsterfelijkheid gelooft dan wel honderd procent Amerikaans is. Confucianisme is misschien een beschaving, maar het is geen religie.

In werkelijkheid is de Kerk te uniek om aan te kunnen tonen dat zij uniek is. Want dat bewijs je het makkelijkst door een parallel te trekken; en in dit geval bestaat er geen parallel. Om die reden is het ook niet gemakkelijk om de denkfout aan te tonen waarmee een ongeldige classificatie wordt geschapen om zo de uniciteit te verduisteren van iets dat daadwerkelijk uniek is.

Nergens anders vinden we precies hetzelfde verschijnsel, dus we vinden ook nergens anders precies dezelfde denkfout. Maar ik zal een voorbeeld noemen dat het dichtst in de buurt komt van dit buitengewone sociale fenomeen, om te laten zien hoe het verduisterd en geassimileerd wordt. Ik vermoed dat de meesten van ons het er over eens zullen dat de positie van de joden ongewoon en uniek is. Geen enkel volk vormt op vergelijkbare wijze een internationale natie. Er bestaat geen andere oude cultuur die zo verstrooid is over alle landen en toch een onderscheiden en onverwoestbare cultuur vormt.

Welnu, je zou om die eigenaardigheid af te zwakken een lijst kunnen maken van nomadische volken. Zo’n lijst zou gemakkelijk genoeg gemaakt zijn, door eerst wat volkeren te noemen die redelijk in de buurt komen, en vervolgens je opsomming af te maken met wat totaal andere dingen. Zo zouden in de lijst van nomadische volkeren de zigeuners pal na de joden genoemd worden – die dan misschien niet echt een volk, maar toch op z’n minst nomadisch zijn.

Vervolgens kan de professor in deze nieuwe wetenschap van vergelijkende nomadistiek verder gaan met iets anders, zelfs wanneer het iets totaal verschillends is. Hij zou kunnen wijzen op de avontuurlijke reizen van de Engelsen, die hun kolonies over zo vele zeeën verspreid hebben, en daarom ook de Engelsen nomaden noemen. Hij heeft een punt, want veel Engelsen zijn opmerkelijk onrustig in Engeland. Hij heeft een punt, want ze hebben lang niet allemaal hun land verlaten omwille van hun land. Op het moment dat we het nomadische rijk van de Engelsen noemen, moeten we daar ook nog het vreemde Ierse rijk in ballingschap aan toevoegen. Want onze geschiedenis verhaalt van het merkwaardige feit dat diezelfde alomtegenwoordigheid en rusteloosheid die de Engelsen machtig en ondernemend hebben gemaakt, de Ieren onmacht en mislukking hebben gebracht.

Daarna zou de professor in de nomadistiek bedachtzaam om zich heen kijken, en zich plots herinneren dat hij onlangs iets gehoord had over Duitse obers, Duitse kappers, Duitse bedienden, kortom Duitsers, die zich lieten naturaliseren in Engeland, de Verenigde Staten en in Zuid-Amerika. De Duitsers zouden daarom het vijfde nomadische ras genoemd worden. Een woord als Wanderlust zou hier zeer op z’n plaats zijn, want er zijn echt historici geweest die de kruistochten uitlegden door te suggereren dat de Duitsers rondzwierven in een achterbuurt die toevallig Palestina heette.

Tot slot zou de professor in wanhoop zijn laatste bokkensprong maken. Hij zou het feit opdissen dat de legers van Frankrijk bijna alle hoofdsteden van Europa ooit veroverd hebben, dat zij onder Charlemagne of Napoleon door talloze overwonnen landen hebben gemarcheerd; en ook dat zou Wanderlust heten, hetgeen natuurlijk een typische trek van een nomadisch volk is. En zo zou hij zes nomadische volkeren compact en compleet bij elkaar kunnen plaatsen, en hij zou het gevoel hebben dat de joden niet langer een soort van mysterieuze of zelfs mystieke uitzondering zijn. Maar mensen met meer gezond verstand zouden waarschijnlijk beseffen dat hij het nomadisme slechts uitgebreid heeft door de definitie van nomadisme uit te breiden, en wel zodanig dat het begrip in feite geen enkele betekenis meer heeft. Het is waar dat de Franse soldaat verantwoordelijk is voor enkele van de meest imposante marsen in de gehele militaire geschiedenis. Maar het is evengoed waar, en veel vanzelfsprekender, dat als de Franse boer niet geworteld is, er überhaupt geen wortels bestaan op de wereld. Of in andere woorden: als hij een nomade is, dan is er niemand die geen nomade is.

Dat is nu precies het soort truc dat uitgehaald wordt door godsdiensten onderling te vergelijken en hun stichters netjes op een rijtje te zetten. Men categoriseert Jezus dan zoals de professor de joden zou categoriseren, door een een nieuwe categorie uit te vinden voor dat doel en de rest op te vullen met stoplappen en tweederangs kopieën. Ik zeg niet dat die andere tradities op zichzelf geen echt karakter hebben of eigen categorie vormen. Confucianisme en boeddhisme zijn prachtige tradities, maar het is onjuist om ze kerken te noemen. Net zoals de Fransen en de Engelsen prachtige volkeren zijn, maar het nonsens is om ze nomaden te noemen. Er bestaan overeenkomsten tussen het christendom en zijn imitatie, de islam; maar zo zijn er ook best overeenkomsten te noemen tussen joden en zigeuners. Maar vervolgens worden de lijsten samengesteld met alles wat voorhanden is, alles wat in hetzelfde straatje past zonder dat het in dezelfde categorie past.

In deze schets van de religieuze geschiedenis wil ik, met alle respect voor al die mensen die veel geleerder zijn dan ik ben, een streep zetten door deze moderne methode van classificeren, waarvan ik zeker weet dat het de historische feiten vervalst heeft. Ik wil hier een alternatieve classificatie van religie of religies voorstellen, waarvan ik geloof dat het alle feiten en, ook belangrijk, alle voorkeuren recht doet. In plaats van de religies geografisch en als het ware verticaal in te delen – in christendom, islam, hindoeïsme, boeddhisme, enzovoort – stel ik voor ze psychologisch in te delen, en in zekere zin horizontaal: in de lagen van spirituele elementen en invloeden die soms kunnen bestaan in een en hetzelfde land, of zelfs in een en dezelfde persoon. Als ik de Kerk nog even buiten beschouwing laat, zou ik geneigd zijn de natuurlijke religie van het merendeel van de mensheid te rangschikken onder noemers als deze: God, de goden, demonen en filosofen. Ik denk dat dergelijke categorieën ons veel beter kunnen helpen om de geestelijke ervaringen van mensen in kaart te brengen dan de conventionele gewoonte om religies te vergelijken. Ook denk ik dat een aantal zaken in deze benadering veel meer op hun plaats zullen vallen, waar zij in de andere benadering slechts op een plaats gedwongen kunnen worden. Omdat ik vaak op deze titels of termen zal zinspelen, lijkt het me goed eerst toe te lichten wat ze volgens mij betekenen. En ik begin in dit hoofdstuk met de eerste, de eenvoudigste en meest sublieme.

Uit: G.K. Chesterton, The Everlasting Man, deel 1, hoofdstuk 4. Vertaling: moi. Waarom? Daarom!

De trackbackURI naar dit bericht is: http://antondewit.wordpress.com/2009/01/28/snipper-8-vergelijking-en-vervalsing/trackback/

RSS-feed voor reacties op dit bericht.

2 reacties Leave a comment.

  1. [...] fragment volgt direct op dit fragment.)  Als we nadenken over de heidense mensheid, moeten we beginnen met een poging om het [...]

  2. [...] Ik wil in relatie tot de eerste twee punten die ik maakte graag ook verwijzen naar een passage uit De eeuwige mens van G.K. Chesterton, die ik op dit weblog vertaald heb, over de vergelijking van godsdiensten. [...]


Leave a Comment